Geschiedenis

Relatie met echte verkiezingen

Het is interessant de uitslagen van Scholierenverkiezingen te vergelijken met de resultaten van echte verkiezingen. Voor de Kamerverkiezingen levert dat door de jaren heen enkele opmerkelijke verbanden op.

Hieronder treft u de uitslagen van Scholierenverkiezingen voor de Tweede Kamer voor de periode 1977-2006. Per partij zijn de uitslagen van de Scholierenverkiezingen afgezet tegen de uitslagen van de echte verkiezingen. Voor 2010 zijn de uitslagen van de echte verkiezingen nog geen definitieve cijfers!

Specificaties van de uitslagen zijn te vinden in de uitslagendatabase op deze site. Neem eens een kijkje: misschien staat uw oude school er wel tussen?

Grofweg zijn de volgende conclusies te trekken:

  • De aanhang van het CDA ligt onder scholieren structureel lager dan bij volwassenen.

  • GroenLinks en de SP zijn structureel populairder onder jongeren dan onder volwassenen, alhoewel dat voor de SP in 2010 niet meer zo was.

  • De PvdA maakte in de loop van de jaren negentig een inhaalslag onder jongeren: tot het millennium was de partij minder populair onder jongeren, tussen 2002 en 2006 was de aanhang onder scholieren en volwassenen bijna gelijk. In 2010 is het verschil weer vergelijkbaar met midden jaren negentig.

  • De VVD en D66 waren tot halverwege de jaren negentig bijzonder populair onder jongeren. Sinds de verkiezingen van 1994 zijn de verschillen tussen jong en volwassen echter een stuk kleiner geworden.

  • Wat verder op rechts zitten partijen die duidelijk populair zijn onder jongeren. Zo scoorden bij de verkiezingen van 2002 nieuwkomer LPF hoog onder scholieren (35 zetels), evenals de PVV bij de verkiezingen in 2006 (16 zetels) en 2010 (30 zetels). Omdat er nog niet voldoende verkiezingsuitslagen van de PVV zijn is hier geen grafiek beschikbaar die meerdere Kamerverkiezingen vergelijkt. Als we uitslagen bij de Kamerverkiezingen en de Europese verkiezingen naast elkaar zetten is wel duidelijk dat de partij onder scholieren structureel hoog scoort. Waarmee we daarmee rekening houden bleken zowel in 2006 als in 2010 de scholieren een betere graadmeter voor de uitslag van die partij dan de opiniepeilingen.

Andere wetenswaardigheden:

  • Winsten en verliezen van de partijen vertonen bij Scholierenverkiezingen in grote lijnen eenzelfde patroon als bij echte verkiezingen. Wel zijn de verschuivingen bij de Scholierenverkiezingen heftiger: een partij die sterk wint, wint onder scholieren nog sterker. Omgekeerd geldt hetzelfde voor de verliezende partijen.
  • Scholieren zijn doorgaans meer gecharmeerd van nieuwe partijen dan 'echte' stemgerechtigden. Vooral de Partij voor de Dieren doet het goed bij jongeren. Stemde in 2003 nog slechts 2,3 procent op deze partij, bij de Scholierenverkiezingen voor het Europees parlement behaalde de PvdD liefst 7,4 procent van de stemmen. Als het aan de scholieren lag hadden inmiddels ook de Partij voor de Toekomst (5 zetels), de Nieuwe Communistische Partij Nederland (1 zetel), Lijst Ratelband (1 zetel), Een NL (1 zetel), Trots op Nederland (1 zetel) en de Piratenpartij (8 zetels) in de Tweede Kamer gezeten. In de reguliere verkiezingen haalden geen van deze partijen de kiesdeler.
  • Extreemrechtse partijen als de Centrumdemocraten of de Nederlandse Volksunie scoren structureel hoger dan bij de volwassen verkiezingen.

Ontstaan

In 1963 werden, op kleine schaal, in Nederland door de redactie van Keesings Onderwijsbladen voor het eerst Scholierenverkiezingen georganiseerd. In 1967 vond een tweede verkiezing plaats en in 1977 brachten maar liefst 219.000 leerlingen hun stem uit. In 1981 waren dat er 149.000, een jaar later 90.000. In 1986 werd gestemd door 121.000 scholieren. Het tijdstip van de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen in 1989 maakte dat de Scholierenverkiezingen geen doorgang konden vinden. Begin september was te vroeg in het schooljaar om de verkiezingen te kunnen voorbereiden.

Vanaf 1994 worden de verkiezingen niet meer georganiseerd door Keesing, maar door het nieuw opgerichte Instituut voor Publiek en Politiek (IPP), aanvankelijk in samenwerking met de Stichting Krant in de Klas en Uitgeverij Malmberg. Iets meer dan 200.000 leerlingen brachten in 1994 hun stem uit. Sinds 1998 zijn Krant in de Klas en Malmberg niet meer bij de organisatie betrokken en is het IPP de enige organisator. Het aantal uitgebrachte stemmen bedroeg toen ruim 130.000, afkomstig van 410 scholen.

Waarom?

Het organiseren van schaduwverkiezingen op school is een ideale manier om de leerlingen meer te betrekken bij de politiek en een handig aanknopingspunt voor docenten om in de lessen aandacht te besteden aan politieke besluitvorming in Nederland.

Digitaal stemmen

Terwijl bij echte verkiezingen de stemmachine steeds meer ingeburgerd raakt, werd bij de schaduwverkiezingen tot 1998 gebruik gemaakt van stembus en stembiljet. Door het Instituut voor Publiek en Politiek werd in 1999 twee maal geexperimenteerd met Scholierenverkiezingen via Internet. In maart gebeurde dat in Gelderland op initiatief van de provincie. In juni volgde een landelijke proefneming rond de Europese Verkiezingen. Beide proefnemingen zijn succesvol verlopen en hebben ertoe geleid de Scholierenverkiezingen inmiddels voor een groot deel via Internet worden gehouden. Scholen krijgen daarbij voor elke aangemelde leerlingen een unieke oproepkaart met inloggevens. Met deze informatie kunnen zij op de dag van de verkiezingen inloggen op het digitale stemlokaal en een stem uitbrengen

Voor en na de moord op Pim Fortuyn

De keuzemogelijkheid tussen papieren biljetten of digitaal stemmen leidde in 2002 tot een bijzondere situatie. Scholen die met papieren stembiljetten meededen organiseerden de Scholierenverkiezingen in de week voor de verkiezingen (dit in verband met verwerkingstijd van de stemmen), en dus ook voor de moord op Pim Fortuyn op 6 mei 2002. Scholen die digitaal hun stem uitbrachten - iets minder dan de helft - deden dat na de moord op Fortuyn, de dag voorafgaand aan de echte verkiezingen. Door deze bizarre situatie zijn er twee series met uitslagen van 2002 met behoorlijke verschillen waarbij de gemiddelde uitslag als einduitslag is genomen. In verband met de moord op Fortuyn bleef het aantal uitgebrachte stemmen beperkt tot ruim 72.000: veel scholen zagen in deze roerige dagen af van het organiseren van verkiezingen.

bron: Instituut voor Publiek en Politiek en Keesings Onderwijsbladen

eZ Publish™ copyright © 1999-2010 eZ Systems AS